Het was een ultiem staaltje van ritme en moeiteloze beheersing: op 7 augustus 2012 nam de Australische atlete Sally Pearson deel aan de 100 meter horden in het Olympisch Stadion in Londen. Ze nam de ene na de andere horde met de precisie van een uurwerk en sprintte in slechts 12,35 seconden naar de finish. Olympisch record. Gouden medaille. Overwinning. Maar die schijnbaar moeiteloze flair was het resultaat van een carrière die allesbehalve soepel was verlopen. Ondanks valpartijen, diskwalificaties en lange blessureperiodes wist Pearson wereldklasse te bereiken, niet omdat ze onverslaanbaar was, maar omdat ze nooit opgaf. Keer op keer krabbelde ze weer overeind, vond ze haar weg terug naar de baan, scherpte ze haar techniek aan en vond ze haar ritme weer terug.
Ook de procesindustrie bevindt zich midden in een race. De doelstelling is duidelijk: groene toeleveringsketens, circulariteit en een netto-nuluitstoot. Maar de weg naar deze duurzame, klimaatneutrale toekomst is allesbehalve een rechte lijn. En met de talloze hindernissen die je onderweg tegenkomt, zijn struikelpartijen en misstappen vrijwel onvermijdelijk. Een goed voorbeeld hiervan is de voortijdige beëindiging door BASF en Yara van een project voor de bouw van een ammoniakfabriek in de Amerikaanse staat Louisiana, die met behulp van koolstofafvang en -opslag jaarlijks 1,4 miljard ton koolstofarme ammoniak zou gaan produceren.
Veranderende omstandigheden
Economische onzekerheid was de officiële reden die werd opgegeven voor de beëindiging van het project. Maar in werkelijkheid was de stopzetting van dit vlaggenschipproject voor duurzame transformatie het gevolg van ingrijpende veranderingen in het ondernemingsklimaat. Bedrijven hebben momenteel te kampen met politieke onrust, internationale handelsconflicten en volatiele energiemarkten – een situatie die nog wordt verergerd door demografische veranderingen en digitale disruptie. Geconfronteerd met deze zeer veranderlijke omgeving herzien bedrijven hun projecten en gaan ze voorzichtiger om met hun investeringsbeslissingen.
Toen het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 werd ondertekend, ontstond er wereldwijd een golf van publieke steun voor gezamenlijke maatregelen om de opwarming van de aarde te beperken. Tien jaar later is er weinig meer over van dit positieve elan. In veel landen neemt de politieke steun af, niet alleen in de VS. In Europa, net als elders, klinken er steeds meer stemmen die waarschuwen voor verdere lasten voor het bedrijfsleven. Deze verschuiving in de publieke opinie geeft vorm aan het regelgevingsklimaat en heeft daarmee een directe invloed op het tempo van de klimaatmaatregelen. Dat roept de vraag op: hoe kan de procesindustrie een duurzame transformatie tot stand brengen in een steeds uitdagender wordende omgeving?
Waarom de vastberadenheid om te veranderen onverminderd groot blijft
Het enige wat hier zeker is, is dat 'business as usual' geen optie is. Uit een recent onderzoek van PwC blijkt dat klimaatrisico's, zoals extreme weersomstandigheden, verstoorde toeleveringsketens en watertekorten, niet langer een theoretisch scenario zijn, maar de dagelijkse realiteit voor bedrijven. Ondertussen stellen consumenten steeds hogere eisen aan de bedrijven waarbij ze kopen. Volgens het Europees Milieuagentschap houdt tweederde van de Europeanen – en meer dan de helft van de mensen in China en de VS – bij hun aankoopbeslissingen rekening met de gevolgen voor de klimaatverandering. Ook de beleggingssector legt bedrijven zonder ESG-strategieën steeds vaker sancties op door kapitaal terug te trekken of hogere financieringskosten op te leggen.
En toch hangt de transformatie af van iets heel anders: het feit dat de kansen opwegen tegen de risico's. "Bedrijven die gebruikmaken van duurzaamheidsgegevens, profiteren van betere beslissingen en een sterkere positie op de markt", schrijven de auteurs van het PwC-onderzoek. Evenzo gaf bijna 90 procent van de bedrijven die werden ondervraagd in een wereldwijd onderzoek van Morgan Stanley aan dat zij duurzaamheid zien als een kans om waarde op de lange termijn te creëren. Meer dan 80 procent van de bedrijven gaf aan meetbare rendementen te behalen op hun investeringen in duurzaamheid. Kort gezegd: als je het goed aanpakt, loont duurzaamheid.
Strategieën voor succesvolle verandering
De Amerikaanse bedrijfsfuturist Jonathan Brill spreekt over een concurrentievoordeel voor bedrijven die al in een vroeg stadium hebben ingezet op een systematische integratie van duurzaamheid. Voor hem is duurzaamheid meer dan alleen een morele plicht of een middel om het milieu te beschermen; het is een cruciale veerkrachtstrategie in een tijdperk van voortdurende ontwrichting.
In zijn boek 'Rogue Waves' beschrijft hij hoe bedrijven tegenwoordig omgaan met een toenemende stroom van risico's die elkaar versterken. Bedrijven die in deze situatie alleen maar reactief handelen, lopen het risico ten onder te gaan. Maar wie op deze reusachtige golven anticipeert en zich daarop voorbereidt, kan ze juist benutten om transformatie en groei te realiseren. In deze context, zo zegt Brill, werkt duurzaamheid als een stabilisator: het dwingt bedrijven om hun waardeketens robuuster te maken, afhankelijkheden te verminderen, flexibeler in te spelen op veranderingen in de regelgeving en hun innovatievermogen te vergroten. Vooral in onzekere tijden, zo stelt hij, helpt een duurzame bedrijfsstrategie een onderneming niet alleen om externe schokken het hoofd te bieden, maar ook om deze actief te benutten als impuls voor positieve verandering.
Hier is het belangrijk om de juiste aanpak te kiezen voor de transformatie. Een goede strategie zorgt voor snelle resultaten, terwijl de focus op de toekomst behouden blijft – op de lange termijn en op duurzame groei. Volgens Goutam Challagalla, hoogleraar Strategie en Marketing aan de IMD Business School in Lausanne, Zwitserland, stellen succesvolle bedrijven duurzaamheidsdoelstellingen niet boven alles, en beperken ze zich evenmin tot het wettelijke minimum. Challagalla heeft bedrijven geïdentificeerd die hij 'clean winners' noemt – bedrijven die duurzaamheid zien als de kern van waardecreatie, groei en concurrentievermogen. Clean winners integreren duurzaam denken in hun innovatieprocessen en koppelen dit aan meetbare klantwaarde.
Beginnen met efficiëntie
Veel bedrijven beginnen deze strategische afstemming door zich te richten op efficiëntie. Alles wat bijdraagt aan een lager energieverbruik, het behoud van hulpbronnen, het verbeteren van processen en het verhogen van de productiviteit, levert doorgaans snel resultaat op – zowel op milieugebied als op commercieel vlak. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) merkt op dat "in de industriële sector energiebeheer binnen drie jaar kan leiden tot een besparing van meer dan 10% op de jaarlijkse energiekosten, en op langere termijn tot wel 60%." Bovendien zijn bedrijven die hun verbruik van energie of grondstoffen terugdringen, minder afhankelijk van schommelende markten en geopolitieke ontwikkelingen.
In de fabrieken van de wereldwijde chemiegigant BASF hebben 450 verschillende maatregelen alleen al in 2024 geleid tot een vermindering van de CO₂-uitstoot met 200.000 ton. Bij Covestro is het energieverbruik per ton product tussen 2005 en 2022 met 40% gedaald. Beide bedrijven maken gebruik van digitalisering en kunstmatige intelligentie om snel inzichten te verkrijgen en datagestuurde beslissingen te nemen. Covestro maakt gebruik van AI-gestuurde processen om de reactie- en distillatiefase bij de polyesterproductie te verkorten. Dit zorgt er niet alleen voor dat er minder grondstoffen worden verbruikt, maar vergroot ook de productiecapaciteit. Bovendien maakt het bedrijf gebruik van data-analyse om afwijkingen in een vroeg stadium op te sporen en zo de beschikbaarheid van de installaties te verbeteren.
Digitalisering is ook van groot belang voor oplossingen die bij verschillende fabrikanten en in verschillende industrieën worden ingezet. De naadloze gegevensuitwisseling die voortvloeit uit digitalisering is van cruciaal belang voor het realiseren van de gesloten materiaalkringlopen die nodig zijn voor een circulaire economie. In Brazilië en Canada werken BASF, Henkel en andere partners samen aan een proefproject voor de digitale traceerbaarheid van kunststoffen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van blockchaintechnologie en fysieke markers om de gehele waardeketen, van grondstof tot recycling, met elkaar te verbinden. Het doel is om meer transparantie te creëren rond de kwaliteit van materialen en op basis daarvan de efficiëntie en effectiviteit van recycling aanzienlijk te verbeteren.
Belangrijke feiten
80%
van de milieueffecten van een industrieel product wordt bepaald in de ontwerpfase.
Belangrijke feiten
70%
van alle millennials en Gen Z'ers vindt milieuduurzaamheid belangrijk bij het kiezen van een werkgever, zo blijkt uit een onderzoek van Deloitte.
Innovatie als kerncompetentie
Het spreekt voor zich dat hoe efficiënter bedrijven hun processen maken, hoe meer kapitaal en middelen ze vrijmaken voor de grote, langetermijntransformatieprojecten. Kringloopeconomie en de energietransitie vragen om innovatie op grote schaal, die zich over meerdere generaties moet uitstrekken. Bedrijven moeten hun processen omzetten naar hernieuwbare energiebronnen, fossiele grondstoffen vervangen door niet-fossiele of koolstofarme alternatieven en hun productieafval recyclen tot grondstoffen. Waardeketens op basis van fossiele brandstoffen moeten volledig worden afgebouwd en vervangen door nieuwe, groene waardeketens
Voor grote uitstoters betekent dit dat er ingrijpende technologische veranderingen nodig zijn. De staalindustrie moet hoogovens vervangen door directe-reductie-installaties. De chemische industrie moet manieren vinden om ammoniak, ethyleen en methanol te produceren met behulp van klimaatneutrale processen. En de cementindustrie? Momenteel is ongeveer tweederde van de uitstoot daar procesgerelateerd. De enige manier om dit te voorkomen is door middel van nieuwe processen of technologieën, zoals koolstofafvang en -opslag.
Krachten bundelen
Steeds meer bedrijven beseffen dat samenwerking de enige manier is om dit soort uitdagingen het hoofd te bieden. Het resultaat zijn samenwerkingsverbanden en complete ecosystemen waarin fabrikanten, klanten, leveranciers en de wetenschappelijke gemeenschap hun kennis en middelen bundelen.
De Global Impact Coalition is een voorbeeld van deze nieuwe samenwerkingscultuur. Dit initiatief, dat is opgezet door het World Economic Forum, is een samenwerkingsverband van bedrijven die zich ten doel stellen om samen sleuteltechnologieën voor diverse processen – waaronder CO₂-benutting en kunststofrecycling – te ontwikkelen tot deze klaar zijn voor de markt. Een soortgelijk initiatief zien we op de Energy Transition Campus Amsterdam, waar Shell samenwerkt met partnerbedrijven, start-ups en universiteiten om oplossingen voor de energietransitie te ontwikkelen. En SSAB (staal), LKAB (mijnbouw) en Vattenfall (energie) hebben hun krachten gebundeld in hun streven naar een doorbraak in de productie van groen staal. Ze hebben de joint venture Hybrit opgericht om infrastructuur, expertise en – niet in de laatste plaats – risico's te delen.
Geen rechte lijn naar succes
Samenwerking en digitalisering stimuleren innovatie, wat de industriële transformatie versnelt. Maar ze maken ook duidelijk hoe complex en gigantisch deze transformatie is, waarbij elke stap op weg naar een duurzamere toekomst tijd, inspanning en geld vergt. Voeg daar nog eens de politieke en economische onzekerheid aan toe, en het is duidelijk dat elke stap moet voortvloeien uit een strategie die strak op het doel is gericht, maar onderweg toch ruime flexibiliteit biedt. De strategie moet ruimte bieden voor pauzes, omwegen en nieuwe ideeën. Deze moet visionair zijn, maar tegelijkertijd pragmatisch.
Als dat intimiderend klinkt, kunnen we misschien moed putten uit het verhaal van Sally Pearsons sportcarrière. Ze was gezegend met een enorm natuurtalent als hordenloopster. Maar de technische precisie waarmee ze zich in haar sport van de rest onderscheidde? Dat was het resultaat van doorzettingsvermogen en niet-aflatende inzet, gesteund door een team dat haar op elk belangrijk moment bijstond. Het was vooral haar ijzeren wilskracht die haar hielp tegenslagen te overwinnen.
Een soortgelijke aanpak zou wel eens succesvol kunnen zijn als het gaat om duurzame transformatie. De procesindustrie heeft zeker alles in huis: kennis, innovatiekracht en netwerken. Wat telt, is de wil om in de race te blijven.
Armin Scheuermann
De auteur, Armin Scheuermann (58), is chemisch ingenieur en technisch journalist. Na zijn opleiding tot chemisch laboratoriumtechnicus studeerde hij chemische technologie en werkte hij 25 jaar lang als hoofdredacteur van het vakblad Chemie Technik. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen, waaronder installatietechniek, chemische en farmaceutische productieprocessen, decarbonisatie, waterstoftechnologie en alle aspecten van procesautomatisering.